🎧 Dit verhaal komt tot leven met meeslepende geluidseffecten in de RocketTales-app. Gratis downloaden →
Hoofdstuk 1: Roodkapje gaat naar grootmoeder.
Er was eens een klein meisje dat door iedereen die haar kende erg geliefd was, vooral door haar grootmoeder. Haar grootmoeder hield zoveel van haar dat ze haar steeds cadeautjes moest geven. Op een dag |maakte ze een mantel van rood fluweel|, die het meisje zo goed stond dat ze niets anders meer wilde dragen. Zo begon iedereen haar Roodkapje te noemen.
Op een dag zei haar moeder: "Kom, Roodkapje, hier is een stuk cake en een fles wijn. Breng ze naar je grootmoeder; ze is ziek en zwak, en dit zal haar goed doen. Vertrek voordat het warm wordt, en loop onderweg netjes en wijk niet van het pad af, anders zou je kunnen |vallen en de fles breken|, en je grootmoeder zou niets hebben. Wanneer je haar kamer binnenkomt, vergeet niet gedag te zeggen, en ga niet eerst overal rondsnuffelen."
"Ik zal heel voorzichtig zijn", zei Roodkapje tegen haar moeder, en gaf haar haar hand als belofte.
Haar grootmoeder woonde midden in het bos, op een halve mijl van het dorp, en zodra Roodkapje het bos binnenging, kwam er een |wolf naar haar toe|. Roodkapje wist niet dat hij een kwaadaardig wezen was en was niet bang voor hem.
Hoofdstuk 2: Het plan van de wolf.
"Goedendag, Roodkapje", zei hij.
"Dank u, mijnheer Wolf."
"Waar ga je zo vroeg heen, Roodkapje?"
"Ik ga naar mijn grootmoeder."
"Wat heb je in je schortje?"
"Cake en wijn; gisteren was bakdag, dus mijn arme zieke grootmoeder krijgt iets lekkers te eten om aan te sterken."
"Waar woont je grootmoeder, Roodkapje?"
"Een goed kwartier verder, in het bos. Haar huis staat onder drie grote eikenbomen; u kent het vast wel", antwoordde Roodkapje.
De wolf dacht bij zichzelf: "Wat een jong en mals schepseltje! Wat een heerlijk hapje zal ze zijn — nog beter dan de oude vrouw. Ik moet listig zijn om ze allebei te pakken." Dus |liep hij een tijdje naast Roodkapje|, en zei toen: "Kijk, Roodkapje, hoe mooi de bloemen hier zijn. Waarom kijk je niet om je heen? Hoor je |de vogels niet zo zacht zingen|? Je loopt zo plechtig, alsof je naar school gaat, terwijl alles in het bos vrolijk is."
Roodkapje keek omhoog, en toen ze de |zonnestralen tussen de bomen dansen| zag en de mooie bloemen overal zag groeien, dacht ze: "Ik denk dat ik grootmoeder een verse bos bloemen breng; dat zal haar ook plezier doen. Het is nog vroeg; ik kom op tijd aan." Dus verliet ze het pad en dwaalde door het bos om bloemen te plukken. Telkens als ze er een plukte, zag ze er nog een mooiere verderop en rende erachteraan, steeds dieper het bos in.
Ondertussen ging de wolf rechtstreeks naar het huis van de grootmoeder |en klopte op de deur|.
Hoofdstuk 3: De wolf verkleed.
"Wie is daar?"
"Roodkapje", |antwoordde de boze wolf|. "Ze brengt cake en wijn; doe de deur open."
"Trek aan de klink", riep grootmoeder. "Ik ben te zwak om op te staan."
De wolf trok aan de |klink de deur ging open|, en zonder een woord te zeggen ging hij regelrecht naar het |bed van grootmoeder en verslond haar|. Daarna trok hij haar kleren aan, zette haar mutsje op, ging in bed liggen en sloot de gordijnen.
Roodkapje had zich ondertussen laten afleiden door bloemen plukken, en toen ze er niet meer kon dragen, dacht ze aan haar grootmoeder en keerde terug op het pad.
Ze was verbaasd de deur van het huisje open te vinden, en toen ze de kamer binnenging, voelde ze iets vreemds, en dacht: "O, wat ben ik vandaag zenuwachtig. Anders ben ik graag bij grootmoeder." Ze riep: "Goedendag", maar kreeg geen antwoord.
Toen liep ze naar het bed |en trok de gordijnen open|. Daar lag haar grootmoeder met het mutsje over haar gezicht, en zag er heel vreemd uit.
"Oh grootmoeder", zei ze, "wat heeft u grote oren!"
"Dat is om je beter te horen, mijn kind", antwoordde de wolf.
"Maar grootmoeder, wat heeft u grote ogen!" zei ze.
"Dat is om je beter te zien, mijn kind."
"Maar grootmoeder, wat heeft u grote handen!"
"Dat is om je beter te omhelzen."
"Maar grootmoeder, wat heeft u een grote mond!"
"Dat is om je beter op te eten!"
En nauwelijks had de wolf dat gezegd of hij sprong uit het bed en |verslond Roodkapje|.
Hoofdstuk 4: De redding door de jager.
Toen de wolf zijn honger gestild had, kroop hij weer in bed en viel |in een diepe slaap luid snurkend|. De jager, die in de buurt van het huis liep, hoorde het gesnurk en dacht: "Wat snurkt die oude dame! Ik zal eens kijken of ze hulp nodig heeft." Hij ging de kamer binnen en zag de wolf in het bed liggen.
"Daar ben je dan, oude zondaar!" zei hij. "Ik zocht je al lange tijd."
Maar net toen hij wilde schieten, herinnerde hij zich dat de wolf misschien de grootmoeder had opgegeten en dat ze nog in leven kon zijn. Hij schoot niet maar |pakte een schaar| en begon de buik van de slapende wolf open te knippen.
Na twee knippen zag hij een felrood mantel en maakte nog twee sneden tot Roodkapje eruit kwam, uitroepend: "Oh, wat was ik bang! Het was zo donker in de buik van de wolf." Vlak daarna kwam ook grootmoeder |naar buiten amper kunnend ademen|. Roodkapje haalde snel grote stenen om de buik van de wolf te vullen, en toen hij wakker werd, probeerde hij weg te rennen maar de stenen waren zo zwaar.
Toen waren ze alle drie heel blij. De jager vilde de wolf en nam hem mee naar huis, grootmoeder |at de cake en dronk de wijn| die Roodkapje had meegebracht, en voelde zich al snel veel beter. Wat Roodkapje betreft, zij dacht bij zichzelf: "Zolang ik leef, zal ik nooit meer van het pad afwijken om door het bos te dwalen wanneer mijn moeder het verboden heeft."
🔊 Lees het opnieuw in de app en hoor de geluiden. Wind, voetstappen, donder, magie — gesynchroniseerd met je voorleessessie. Probeer nu →